
Door het stof - Alles over materialen
Hoewel natuurlijke materialen zoals katoen en zijde eeuwenlang de textielindustrie domineerden, zijn ze in de afgelopen decennia steeds meer vervangen door kunstmatige materialen zoals polyester. Toch groeit de vraag naar kleding van natuurlijke materialen weer, vanwege hun comfortabele en duurzame eigenschappen.
In dit artikel leg ik je alles uit over de verschillende materialen die worden gebruikt in de kledingindustrie, hun grondstoffen en de voor- en nadelen. Allereerst kunnen we onderscheid maken tussen natuurlijke en synthetische materialen. Natuurlijke materialen zijn bijvoorbeeld katoen, linnen, zijde en wol. Voorbeelden van synthetische materialen zijn polyester, acryl en polyamide. Daarnaast zijn er nog half-synthetische of hybride materialen, zoals viscose, waarbij een natuurlijke grondstof op chemische wijze wordt verwerkt.
Natuurlijke materialen
Natuurlijke materialen zijn biologisch afbreekbaar en kunnen worden onderverdeeld in plantaardige en dierlijke materialen.
Plantaardige materialen
Katoen: Katoen is de meest voorkomende natuurlijke vezel voor het maken van kleding en wordt gewonnen uit de katoenplant. Katoen draagt prettig op de huid vanwege zijn ademende, zachte en huidvriendelijke eigenschappen. Een nadeel in het kader van milieu is dat er voor de productie van katoen veel water nodig is (gemiddeld zo'n 2500 liter voor 1 T-shirt).
Linnen: Linnen word gemaakt van vlas en is licht, sterk en goed ademend, waardoor het ideaal is voor zomerkleding. Een nadeel van linnen is dat het snel kreukt.
Dierlijke materialen
Zijde: Zijde is een delicate stof met een luxe uitstraling en wordt gemaakt door zijderupsen. Een nadeel van zijde is dat de stof erg kwetsbaar is en het een speciaal wasmiddel en wasprogramma vereist.
Wol: Wol is een veelzijdige vezel en meestal afkomstig van schapen. Wol is zelfreinigend en hoeft daardoor minder vaak gewassen te worden, daarnaast heeft het isolerende en warmte regulerende eigenschappen waardoor het je warm houdt in de winter en koel in de zomer. Nadelen van wol zijn dat het kan krimpen en vervilten als het niet op de juiste manier wordt gewassen en sommige wolsoorten prikken op de huid. Naast reguliere schapenwol zijn er nog diverse andere soorten wol te onderscheiden, zoals:
Merino: afkomstig van het Merino schaap, die speciaal is gefokt om de hoogste kwaliteit wol te verkrijgen. Merino wol is een fijne, zachte wol die niet prikt.
Mohair: een glanzende, harige wol afkomstig van de angora geit, deze kan wel prikken op de huid.
Kasjmier: afkomstig van de kasjmier geit en is een hele zachte, luxe wolsoort.
Leer: Leer is een dierlijk materiaal gemaakt van dierenhuiden van bijvoorbeeld koeien of varkens. Suède is hetzelfde materiaal als leer, alleen wordt dan de binnenzijde van de huid gebruikt en deze wordt opgeruwd waardoor het een zachtere structuur krijgt. Leer is ademend, vormt zich naar je lichaam en gaat lang mee.
Een nadeel van dierlijke materialen, en vooral wol, is dat ze gevoelig zijn voor motten. Dit probleem is eenvoudig te voorkomen door zakjes lavendel of cederhouten bolletjes tussen je wollen kleding te plaatsen.
Synthetische materialen
Synthetische materialen worden kunstmatig door de mens geproduceerd uit aardolie en andere chemicaliën. Ze zijn vaak goedkoper, sterker en makkelijk te onderhouden, maar minder ademend dan natuurlijke stoffen, waardoor kleding benauwend kan aanvoelen. Daarnaast zijn ze niet biologisch afbreekbaar.
Polyester: Sterk, droogt snel en kreukt bijna niet, maar ademt niet waardoor je sneller gaat zweten.
Acryl: Lijkt qua uiterlijke eigenschappen op wol, maar ademt niet en pilt sneller.
Polyamide (of nylon): Sterk, elastisch en waterafstotend.
Polyurethaan (PU of vegan leather): Lijkt qua uiterlijk op leer maar heeft een veel kortere levensduur en is in essentie gewoon plastic. Het ademt niet en vormt zich niet naar het lichaam - in tegenstelling tot leer.
Half-synthetische materialen
Half-synthetische materialen, ook wel hybride materialen genoemd, worden gemaakt van natuurlijke grondstoffen maar ondergaan een chemisch proces.
Viscose: Ook bekend als rayon, is gemaakt van houtpulp dat door middel van een chemisch proces tot een garen wordt gesponnen. Het voelt zacht en soepel aan en draagt prettig op de huid, maar is minder sterk dan katoen.
Modal: Een verbeterde versie van viscose, gemaakt van beukenhout. Modal is zachter, sterker en beter bestand tegen krimp en slijtage dan gewone viscose. Ook blijft het langer mooi.
Lyocell: Een duurzame variant van viscose, vaak verkocht onder de merknaam Tencel. Het wordt op een milieuvriendelijke manier gemaakt van houtpulp. Lyocell is ademend en heeft antibacteriële eigenschappen.
Acetaat: Een glanzende lichte stof gemaakt van houtpulp en azijnzuur, het wordt vaak gebruik voor voeringen of als toevoeging aan zijde om het te versterken.
Cupro: Een zijdeachtige stof gemaakt van katoenafval, cupro valt soepel en heeft vochtregulerende eigenschappen.
Materiaal blends
Veel kledingstukken bestaan tegenwoordig uit een mix van verschillende materialen. Zo wordt er vaak een klein percentage elastaan toegevoegd aan spijkerbroeken voor extra draagcomfort, polyester om een stof betaalbaarder te maken, of polyamide aan wol om de sterkte te verbeteren. Deze combinaties kunnen de functionaliteit en levensduur van kleding verhogen, maar maken recycling wel lastiger. Hierdoor vormt het scheiden en hergebruiken van deze materialen een uitdaging op het gebied van duurzaamheid.
Kortom, de keuze van materialen speelt een grote rol in de kwaliteit, duurzaamheid en het draagcomfort van kleding. Waar natuurlijke materialen bekendstaan om hun ademende en biologisch afbreekbare eigenschappen, zijn synthetische stoffen vaak sterker en gemakkelijker te onderhouden. Door bewust te kiezen voor bepaalde materialen en hun impact te begrijpen, kun je duurzamere keuzes maken voor je garderobe.